Eosta rekent natuurlijk kapitaal mee in de verkoopprijs

Agrifood Leestijd 4 minuten

Een logische manier om de business case voor natuurlijk kapitaal rond te maken, is true cost accounting. Daarbij neem je de impact die je product heeft op het natuurlijk (en menselijk) kapitaal mee in de verkoopprijs. Onverstandig vanuit concurrentieoogpunt? Groente- en fruitdistributeur Eosta geeft al jaren inzicht in hoe elk product tot stand is gekomen en waarom de prijs dus iets hoger ligt dan gangbaar.

Al in 2004 introduceerde Eosta, onder aanvoering van directeur Volkert Engelsman, het ‘trace & tell’-merk Nature & More, dat de consument precies vertelt waar elk product vandaan komt en wie de teler is. Zo’n tien jaar later startte Engelsman het True Cost of Food-initiatief: Eosta koppelde een financiële waarde aan bodemverarming, watervervuiling, biodiversiteitsverlies en broeikasgasuitstoot en kon daarmee biologische producten vergelijken met gangbare. Sinds 2016 geeft het bedrijf op al zijn Nature & More-producten weer wat de werkelijke kosten van de productie ervan zijn, inclusief verborgen kosten op het vlak van natuurlijk kapitaal. Eosta is daarmee wereldwijd een van de pioniers.

Hanteer de tachtig/twintig-regel

Voor en achter de schermen is Engelsman dus al jaren bezig met true cost accounting (TCA). Dat andere bedrijven nog altijd niet massaal zijn voorbeeld volgen en de ‘echte’ prijs van hun producten gaan bepalen – laat staan doorberekenen – stemt Engelsman niet pessimistisch. Hij heeft begrip voor de huiverigheid van veel bedrijven, maar stelt hen gerust: “Je hoeft niet in één keer voor al je producten de echte prijs door te rekenen. Zoals zo vaak is het ook hierbij verstandig om de tachtig/twintig-regel toe te passen: ga aan de slag met de twintig procent van je producten die tachtig procent van je impact bepaalt.”

“Je hoeft niet in één keer voor al je producten de echte prijs door te rekenen: ga aan de slag met de twintig procent van je producten die tachtig procent van je impact bepaalt.”

Meten, managen, vermarkten, monetariseren

Voor de praktische vertaling haalt Engelsman het ‘4M-model’ van Eosta erbij: duurzaamheid kun je Meten, Managen, verMarkten en Monetariseren. “Begin met meten: ga samen met je stakeholders kijken waar jouw bedrijf de meeste impact kan hebben, bijvoorbeeld aan de hand van de Sustainable Development Goals. De tweede M draait om het managen van de impactverbetering. Dat begint met je te verdiepen in je keten: je directe leverancier ken je waarschijnlijk wel, maar waar haalt hij zijn spullen vandaan? En de leverancier van je leverancier? Dat is vaak totaal niet inzichtelijk. Maar anonimiteit is de deur openzetten voor uitbuiting, onder het mom ‘wat niet weet, dat niet deert’.”

Puma als inspiratie

De derde M in Eosta’s model is die van verMarkten. Hoe onderscheid je je met jouw duurzame manier van zakendoen? En tot slot kom je bij het Monetariseren: het berekenen van de echte prijs van je product en die doorrekenen in je verlies- en winstrekening. Engelsman: “Dit is natuurlijk de spannendste stap. Zeker als je als beursgenoteerd bedrijf een stel aandeelhouders in je nek hebt hijgen. Jochen Zeits, voormalig CEO van Puma, vertikte het om zichzelf als ‘slaaf van zijn aandeelhouders’ te zien. Hun focus op kortetermijnwinst maakte dat hij niet zomaar de maatschappelijke kosten van het productieproces kon doorrekenen in de prijs van zijn sportschoenen. Wat hij wél kon, en ook deed, is zijn aandeelhouders een alternatieve winst- en verliesrekening tonen, waarop hij schade die de productie van Puma’s spullen veroorzaakt aan het milieu en aan mensen, meegerekend had. En vervolgens zeggen: ‘en nog veel plezier met je dividend’. Zeits is voor velen een groot inspirator geweest.”

Gunfactor maakt je minder kwetsbaar

Engelsman hoopt dat steeds meer consumenten, overheden én ondernemers gaan inzien dat we met de prijzen die we nu hanteren, de natuurlijke en sociale kosten van productie afwentelen op anderen. “Kwetsbare ecosystemen en scheve sociale verhoudingen leiden uiteindelijk tot een kwetsbare economie. Bovendien, als je alleen maar voor jezelf vecht, doe je mee aan een race to the bottom op kosten van toekomstige generaties. Uiteindelijk ondermijn je daarmee ook je eigen marktpositie. Vecht je ook voor het natuurlijk en sociaal kapitaal, dan heb je een heel bataljon beschermengelen tot je beschikking. Je maatschappelijk draagvlak maakt je minder kwetsbaar.”