Dit is hoe de landbouwsector zich opnieuw kan uitvinden

Agrifood Leestijd 8 minuten

Nederland is een gidsland in de landbouwsector. Niet voor niets komen er zuivelbedrijven uit Nieuw-Zeeland met hun (Europese) hoofdkantoor naar Amsterdam om dicht op de bal te zitten. En te zien hoe wij in ons dichtbevolkte en hoogopgeleide land omgaan met maatschappelijke thema’s als dierenwelzijn. Die gidsfunctie hebben we als land overigens al zeer lang. Alleen is de invulling ervan aan verandering onderhevig. Lange tijd waren wij hét voorbeeld van hoe je intensief en effectief kunt verbouwen. Dat verhaal over kunstmest, pesticiden en efficiënt bodemgebruik predikten we aan wie het ook maar wilde horen, onder het motto ‘We feed the world’. En zagen we dus ook terug in investeringen. Het gevolg wordt elke dag duidelijker: de stikstofuitstoot is te hoog, onze bodemkwaliteit verslechtert en onze biodiversiteit holt zo hard achteruit dat in de Europese Unie alleen België en Malta het nog slechter doen. Kortom, de Nederlandse landbouwsector moet zich heruitvinden, maar hoe?

We spreken met Gerard Teuling, sectormanager agrifood bij ondernemersbeweging MVO Nederland. Hij is elke dag praktijkgericht bezig met de duurzame transitie in de agrifoodsector. En die transitie is de grote uitdaging, aldus Teuling: “Er zijn eigenlijk twee vormen van landbouw. De gecontroleerde variant is diegene waar het gros van de boeren en bedrijven al jaren in werken. Dat begint bij een knettergoed uitontwikkeld zaadje dat je plant in grond, substraat of iets dergelijks en stimuleert met kunstmest, zodat ie extra hard groeit. Mocht het plantje een ziekte krijgen, dan corrigeer je dat met pesticiden. Het resultaat? Een oogst die zoveel mogelijk voorspelbaar is, ongeacht weer en omstandigheden. Gecontroleerd dus. Wat echter veel vergeten wordt is dat je daarmee (bodem)biologie tegenwerkt en lucht en water vervuilt. Iets wat op langere termijn nog veel grotere problemen oplevert.”

Adaptieve vorm van landbouw

De adaptieve vorm van landbouw is de vorm waar we volgens Teuling heen moeten. Die gaat er veel meer om dat je met de natuur meewerkt, in plaats van er tegenin. De bodem staat centraal. Gezonde grond leidt tot gezonde (robuuste) producten en gezonde mensen. Het gaat over de slag van monocultuur naar mengteelten. Over een mooier en leefbaarder landschap. Over je aanpassen op wat de natuur biedt. En over een nieuw verdienmodel voor de boer. “Uit onderzoek blijkt dat deze manier van landbouw vooralsnog weliswaar minder opbrengt, maar ook veel minder kost doordat je bijvoorbeeld flink kan besparen op chemicaliën, kunstmest en antibiotica.”

De grote uitdaging in de agrifoodsector ligt in de transitiefase tussen die twee vormen. Dat betekent allereerst het stimuleren van boeren die werken met de gecontroleerde, gangbare akkerbouwvormen om een overstap te maken naar een meer adaptieve, natuurinclusieve vorm. “Het verdienvermogen van de boer in de omschakelfase is wel een uitdaging. Want stel nou dat je als boer biologisch wilt gaan boeren, en dat willen er gelukkig steeds meer, dan mag je de eerste drie jaar volgens de wet niets onder de noemer biologisch verkopen. De grond moet namelijk eerst voldoende hersteltijd krijgen. En als we het hebben over agroforestry: bomen planten kan, maar ook die leveren op z’n vroegst pas na zeven of acht jaar iets op. Om van een kale akker iets te maken kan je zo maar tien jaar verder zijn. Kortom, omschakelen van gangbaar naar natuurinclusief heeft financieel gezien een aanlooptijd nodig. Er moet vaak geld bij om dat gat te overbruggen. Geld of garantstelling van ketenpartners en de overheid bijvoorbeeld”, aldus Teuling. Een mooi voorbeeld is de Natuurakker van Cosun Beet Company. Cosun en CZAV (agrarische coöperatie in Zuid-Nederland) dekken hier eventuele oogstrisico’s af van boer Eugène, die zijn nek uitsteekt. “Maar ook impactfinanciers, waterschappen en natuurorganisaties pakken hier steeds vaker een rol.”

Moeten we dan veel meer inzetten op nieuwe boeren misschien? Ook dat is lastig. Zij lopen namelijk aan tegen de enorm hoge grondprijzen. “Als je al een stuk grond kunt kopen als nieuwkomer, zit je meteen tot je nek in de schulden en heb je geen ruimte meer om te investeren”, aldus Teuling. Sommige gronden zijn zelfs duurder dan ze ooit binnen het huidige systeem op kunnen leveren aan producten. Gelukkig zie je de laatste jaren mooie initiatieven ontstaan die hierop inspelen, denk aan Aardpeer en het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Kortom, of je nu een grote overstap maakt of nieuw wilt beginnen, er is steun nodig. De uitdagingen daarbij zijn enorm, want zoals een recente Zembla-uitzending al aantoonde, de lobby van grote chemieproducenten is sterk.

Veel boeren zijn in een fuik beland. Ze hebben jarenlang gehoord: ‘intensiveren, intensiveren, intensiveren’ en kunnen hun jarenlang opgebouwde bedrijf, en investeringen in schuren en machinepark niet zomaar omgooien. Daarnaast is er nog veel onbekendheid met natuurinclusieve teeltmethoden. “Voorlopers durven niet aan collegaboeren te vertellen dat ze hiermee experimenteren. Als ze alleen al een woord als strokenteelt noemen of beginnen over niet of minder ploegen, worden ze uitgelachen.”

“Als sommige boeren alleen al een woord als strokenteelt noemen worden ze uitgelachen.”

Dat de overgang naar die natuurinclusieve landbouw niet eenvoudig is, lijkt duidelijk. Maar dat het nodig is ook. Hoe pakt MVO Nederland dat dan aan? “We zetten vooral in op het vergroten van de markt en betere toegang tot financiën voor duurzamere landbouwvormen. Door grote (rijks)inkopers van voedsel, marktpartijen en financiers te verbinden met (nieuwe) boeren en coöperaties hun nek durven uit te steken. Doelstellingen op biodiversiteit en bodemgebruik zijn er voldoende, het gaat om combinaties tussen producten en marktpartijen vinden die kans van slagen hebben. Onlangs deden we onderzoek naar welke combinaties van producten en markten dat dan zouden zijn voor de Nederlandse markt. Er blijkt potentie te zijn voor productie van onder andere hazel- en walnoten. Driekwart van onze noten komt nu uit het buitenland, terwijl ze in agroforestrysystemen ook in Nederland zijn te produceren. En heb je wel eens gehoord van de nashipeer? Een supersmaakvol product voor restaurants en maaltijdboxen dat goed gedijt in dit soort systemen. Dus hebben wij de handschoen opgepakt en betrekken we restaurants, cateraars en foodservice partijen om de marktontwikkeling voor dit soort producten te stimuleren. Zij werken met kleinere volumes en kunnen daar dus goed mee experimenteren en over communiceren.”

“Recent hadden we een meet-up in ons netwerk agrifood over opschaling van strokenteelten in Brabant met verwerkers en cateraars. En binnenkort gaan we om tafel met een groep (rijks)inkopers om te kijken hoe grote tenders catering natuurinclusief kunnen worden ingekocht”, zegt Teuling Het zijn dit soort initiatieven die MVO Nederland stimuleert om zo stap voor stap markt te maken voor natuurinclusieve landbouw: “Onze onafhankelijke matchmakingrol is daarbij essentieel. Mij geven dit soort voorbeelden ook de energie om door te gaan en de moed niet op te geven. Ik ben er dan ook van overtuigd dat elk persoon wel wíl veranderen, maar de context waarin hij of zij werkt daarbij niet is ingericht om die verandering mogelijk te maken.”

Meer informatie

Heb jij als ondernemer zelf een idee en zoek je partners of financiering om mee aan de slag te gaan? Meld je dan bij het netwerk agrifood van MVO Nederland, waarin een kleine honderd bedrijven heel praktisch samenwerken aan een duurzamere sector.

Aanbevolen onderwerpen